Kennisbank
Jurisprudentie

Zzp-constructie houdt stand, plus recht op vergoeding bij te korte opzegging

Een logopediste kreeg bij de kantonrechter Tilburg gelijk: geen gezag, dus een overeenkomst van opdracht en geen dienstverband. En omdat de opzegtermijn niet werd nageleefd, kreeg ze haar gemiste inkomsten vergoed.

Waar ging het over

Een logopediste werkte vanaf april 2024 op zzp-basis bij een dyslexie- en logopediepraktijk. Ze factureerde via haar eigen eenmanszaak en ontving 18,00 euro per behandeling van 30 minuten, zonder recht op loondoorbetaling bij ziekte of vakantie. Eind 2024 liet de praktijkhouder weten dat de zzp-constructie vanwege de hervatte handhaving niet meer houdbaar was en dat er een arbeidscontract moest komen. Over de voorwaarden werden partijen het niet eens. Op 21 augustus 2025 beëindigde de praktijkhouder de samenwerking per 1 september 2025, amper tien dagen na de vooraankondiging.

De logopediste stapte naar de kantonrechter in Tilburg. Primair stelde ze dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst die onregelmatig was opgezegd, met vorderingen van ruim 24.000 euro. Subsidiair stelde ze dat, als het een opdrachtovereenkomst was, de contractuele opzegtermijn van twee maanden niet was gerespecteerd.

Wat de rechter besliste

De kantonrechter paste het toetsingskader uit het Deliveroo-arrest toe en keek eerst naar de feitelijke rechten en verplichtingen, en toetste die aan artikel 7:610 BW. Doorslaggevend is of er een gezagsverhouding bestaat. Die was er niet. De logopediste bepaalde zelf hoe ze behandelingen uitvoerde, koos zelf of en wanneer ze een patiënt aannam, en kon afspraken afzeggen of verzetten zonder toestemming of verantwoording. Er waren geen functioneringsgesprekken en geen verplichte bedrijfstrainingen.

Dat ze op locatie werkte, het patiëntensysteem gebruikte en een e-mailadres van de praktijk had, woog niet als gezag. Dat vloeit voort uit het contract van de praktijk met de zorgverzekeraar. Ze droeg eigen commercieel risico, stond ingeschreven in het handelsregister en factureerde via haar eigen onderneming. Conclusie: een overeenkomst van opdracht, geen arbeidsovereenkomst.

Op de tweede vraag was de rechter even helder. De opzegtermijn van twee maanden was niet nageleefd, dus de overeenkomst eindigde juridisch pas op 22 oktober 2025. Over die periode kreeg de logopediste 2.264,52 euro bruto aan gemiste inkomsten, plus 1.266,00 euro proceskosten.

Wat dit voor jou betekent

Deze uitspraak laat zien wat er kan als je feitelijk zelfstandig werkt. Was je inhoudelijk vrij, kon je opdrachten weigeren en deelde je je eigen tijd in? Dan blijft de kans groot dat een rechter je overeenkomst als opdracht ziet. De druk van de handhaving verandert niets aan hoe de feiten worden gewogen.

Even belangrijk: een opzegtermijn in een opdrachtovereenkomst is afdwingbaar. Houdt je opdrachtgever zich er niet aan, dan kun je de gemiste inkomsten over die periode opeisen. Wijs je opdrachtgever eerst schriftelijk op de geldende termijn en je aanspraak op vergoeding. Kom je er niet uit, dan is de kantonrechter een reële route.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies; laat je situatie altijd toetsen door een deskundige.

Zelf aan de slag, zonder gedoe?

Laat je CV achter, dan denken wij met je mee, ook over dit soort vragen.

Meld je aan met je CV →